Borgerhout

Academie Borgerhout Muziek-Woord
Collegelaan 3
2140 BORGERHOUT

Schrijfdocent: Yella Arnouts

yella.arnouts@skynet.be

Over Yella Arnouts

Ze doceert literaire analyse en publiceert sinds 2006.

Ze schreef essays over poëzie en beeldende kunst die verschenen in Deus Ex Machina en De Leeswolf, recenseert dichtbundels en romans voor De Leeswolf, en schreef beschouwingen over poëzie voor Poëzierapport o.l.v. Philip Hoorne. Haar eerste gedichtenbundel ‘Men schort wat op’ verscheen bij Uitgeverij P, Leuven in 2011.

Ze behaalde als germaniste het universitair didactisch diploma met een thesis over ‘Poëzie in het onderwijs’ en heeft jaren ervaring als lesgever aan jongeren en volwassenen. Yella Arnouts is behalve schrijver en schrijfdocente ook docente ‘analyse van literaire teksten’ aan de Artesis Hogeschool , Conservatorium Antwerpen, Drama/Woordkunst. Ze  begeleidt regelmatig stagiairs/stagiaires op hun weg naar het beroep van leraar of schrijfdocent.

Over literaire creatie aan de Academie in Borgerhout 

Centraal staan gedrevenheid, liefde voor je eigen (literaire) taal, een geleide en geleidelijke zoektocht naar de mogelijkheden en beperkingen van jou als aspirant-schrijver. Einddoel is een publicabel werk dat wordt beoordeeld door een externe jury. De opleiding is niet bedoeld als ‘therapeutisch schrijven’.

Genres: verhaal, column, novelle, roman, poëzie, monoloog, essay.

Tegen een democratische prijs mag je als aspirant-schrijver een professionele, intensieve en individuele coaching verwachten van je eigen schrijfproject, verbonden aan een kleine groep van maximaal zeven andere aspirant-schrijvers, die motiverend en verrijkend werkt.

In het eerste jaar, het basisjaar, krijg je korte, wekelijkse schrijfopdrachten. Je verwerft inzicht in  de literaire taal en het literaire veld. Je leert kritisch(er) te lezen. Je experimenteert met taal en toon en gaandeweg komt je eigen stem uit je pen. In de volgende jaren spits je je toe op je persoonlijk project, hoe bescheiden of ambitieus ook. De begeleider staat niet voor, maar achter je.

Uiteraard onderzoeken we de kwaliteiten van professionele auteurs en jaarlijks gaan we een drietal gesprekken aan met hen die bereid zijn in hun keuken te laten kijken. Vorig jaar ontmoetten we Myriam vanhee, Stefan Hertmans en Charles Ducal. Volgend jaar staan alvast Annelies Verbeke (verhalen) en Piet Gerbrandy (poëzie en essays) ons te woord.

Er zijn drie contacturen voorzien per week. In Borgerhout ben je welkom op donderdag-  of vrijdagavond: http://www.academieborgerhout.be/)

—-

Column van Bernard Dewulf geschreven voor RektoVerso.

Wie of wat heeft mij ooit iets geleerd?

De vraag is te verstrekkend voor dit blad en voor het geheugen. Dus dun ik ze uit: wie of wat heeft mij leren schrijven?

Maar dan ga ik ervan uit dat ik kan schrijven, terwijl ik daar zelf chronisch aan twijfel. Soms lees ik schrijvers en denk ik: wat matig ik me aan? (Soms lees ik ook schrijvers en denk ik: wat matigen zij zich aan?)

Waarop de vraag rijst: wie heeft mij de aanmatiging aangepraat en wie de twijfel?

Scheppen is een perpetuum mobile tussen twijfel en hoogmoed. Sommigen hebben me regelmatig liefdevol over de twijfel heen geholpen, anderen hebben me graag gewezen op de hoogmoed.

Beide hulpverleners ben ik dankbaar.

Ik merk dat ik denkend over de vraag in twee werelden denk: opleiding en niet-opleiding.

Ik heb geen opleiding in schrijven genoten. Ik heb letter- en taalkunde gestudeerd. Daar heb ik vernomen hoe taal en teksten in elkaar zitten. Daar heb ik hun geschiedenis geleerd, hun sociologie, hun psychologie, soms ook hun chemie. Dat is natuurlijk allemaal belangrijk en ik haal er nog altijd mijn voordeel uit.

Ik heb er ook nadelen van ondervonden. Het heeft me jaren gekost om los te komen van een zekere rigiditeit in denken over letteren – en kunst in het algemeen – die de opleiding me meegegeven had. Ik heb zelf moeten leren denken, voelen en schrijven over schrijvers en kunstenaars. Over teksten en andere kunstwerken als levende, in mijn leven ademende dingen.

Die strijd schuilt zelfs vaak in wat ik heb geschreven. En misschien moet ik de opleiding, op een averechtse manier, dankbaar zijn dat ze me heeft doen strijden. Dat ze me, misschien zonder het zo te bedoelen, heeft gedwongen te zoeken naar die adem.

Het meest heb ik geleerd van die zoektocht.

Daarin hebben schrijvers een aanzienlijke rol gespeeld. Het kan niet genoeg gezegd worden, vooral tegen aspirant-schrijvers: schrijven vergt lezen. Gewoon lézen. Maar ook aandachtig, gericht lezen – een lectuur die wil achterhalen waarom en hoe schrijvers het hebben gedaan.

Want schrijven, zoals elk scheppen, heeft ook vaak van doen met oplossingen zoeken. En met het begrijpen van beweegredenen.

Als ik me beperk tot wat ik heb geschreven over kunst en kunstenaars – al heb ik net nooit naar kunst om de kunst willen kijken – dan komt er vanzelf een reeks namen in me op.

De lijst is te lang, maar ze reikt van Julian Barnes (‘Flauberts papegaai’!) tot John Berger, van K. Schippers tot Simon Schama, van Piet Meeuse tot Frank Vande Veire, van Gombrich tot Danto, van Francis Bacon tot Gerhard Richter.

Het zijn onderling erg verschillende stemmen. Sommige zijn speels, andere doodernstig. Sommige zijn ‘literatuur’, andere ‘kunstkritiek’, nog andere zijn – nu ja, weer iets anders. Toch krijg ik ze allemaal samen in deze ene zin van schrijver K. Schippers, waarvan ik rustig mag zeggen dat hij er altijd is bij het schrijven:

‘Ik denk dat je over kunst net zo moet schrijven als over alles, over een kopje dat op tafel staat.’

Maar er is nog meer.

Om het over een kopje te hebben kan het geen kwaad naar wat stillevens te hebben gekeken. En om het over een stilleven te hebben is het goed eens wat tijd te hebben doorgebracht met een kopje – en het licht eromheen.

Anders gezegd, niet alleen de opleiding, de schrijvers en het lezen hebben me iets geleerd. Al waren ze onontbeerlijk en vormen ze de grondslag, er is ook veel steenslag. Dingen die opvliegen, langskomen, als een soort zwerfstof in de zintuigen raken, daar verzamelen en een ruis vormen die misschien zelfs bepalender is voor de toon van het geschrevene dan al het geleerde.

In feite gaat het dan gewoon om ‘het leven’. Om fragmenten, flarden, toevalligheden allerhande. Om liedjes, films, losse zinnen en beelden, herinneringen – in wezen om alles wat maar bruikbaar is in de grabbelton van de dagen.

Soms wekt zo’n beeld of herinnering een zin. Soms is het omgekeerd, dan wekt een zin zo’n beeld of een lied en kan daaruit de tweede zin voortkomen. En zo kan een tekst vol kleine toonwisselingen komen te zitten.

Ook dit lijkt me niet onbelangrijk voor aspirant-schrijvers: dat schrijven een soort graaicultuur vergt. Schaamteloos de dagen plukken, sans gêne graaien in de grabbelton van het bestaan.

En zo blijft het schrijven dus altijd weer: oplossingen zoeken. Voor de schaamte, voor de twijfel en voor de hoogmoed. En voor de zinnen zelf nog het meest.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s